Een ietwat vage middelbare man met lichtgrijze ogen. Gewapend met Straatjournaal pet en pas. Zo omschrijf je verkoper Chris wellicht het best. Hij probeert wat van het daklozenbestaan te maken, hoewel hij heel graag gewoon voor zijn zoontje en zijn eigen huis wil zorgen. De vraag is echter of dat nu al gaat lukken.
Door Nancy Mijnhijmer
Chris wordt in maart 1953 in Haarlem geboren en groeit op in een groot en druk gezin." Ik heb zes broers en drie zussen. Mijn kinderjaren in de Thorbeckestraat waren goed. Erg gezellig, maar wel krap. We hadden maar vijf kamers. Daarom moesten mijn ouders onze schuur verbouwen, zodat er voor iedereen plaats was. Ik heb echter geen enkele nare herinnering. Ik kon erg goed met de anderen opschieten. "
Chris is een blij en gelukkig kind dat van vissen en zwemmen houdt. (" Dat kan ik nu niet meer omdat ik dakloos ben." ) Net als alle andere kinderen gaat hij naar de lagere school . Dat beviel hem niet, want als hij alle klassen heeft doorlopen, besluit hij te gaan werken.
Die baantjes variëren nogal. " Ik heb van alles gedaan. Ik werk onder andere voor een suikerfabriek in Haarlem. Mijn taak was suikerbieten in ketels gooien. Ook had ik een krantenwijk en bracht ik folders rond voor mijn vader en moeder. "
Zo verstrijkt de tijd. Als hij vijftien jaar oud is, mag hij van zijn ouders op zichzelf wonen. De reden van het vroege vertrek uit het ouderlijk huis blijft onduidelijk. Er waren geen problemen, maar toch wil Chris zijn vleugels uitslaan. " Ik wilde eens wat anders en mijn ouders vonden het goed. Ze waren niet zo moeilijk."
Hij pakt zijn spullen en gaat op zoek naar woonruimte in Amsterdam. "Ik wilde naar de hoofdstad omdat ik daar vrienden had. Ik ging bijna elke avond stappen met mijn maten." In Amsterdam-Zuid vindt hij een flatje. Chris leeft van zijn kinderbijslag en het geld van een krantenwijk. " Iets anders zat er voor mij niet in, omdat ik rugklachten heb. Ik ben later ook afgekeurd. Ik kon echter best rondkomen van dat geld. "
Na twee jaar moet hij de woning echter verlaten omdat zijn buren en de woningbouwvereniging genoeg van hem hebben. " Ik had veel ruzie met mijn buren en de eigenaar wilde dat ik vertrok."
Chris' vader is inmiddels overleden als Chris besluit naar Haarlem terug te gaan. Zijn moeder heeft nu een huis in Schalkwijk en hij mag bij haar wonen. De pech achtervolgt hem echter, want na amper een jaar moet hij die woning al weer verlaten. Niet vanwege oneinigheden met zijn moeder,(" Er waren geen problemen, geen ruzies.")maar omdat hij niet meer meer tegen het alocholgebruk van zijn broertje Ruud kan. " Hij dronk echt te veel, daarom wilde ik het huis uit. Daar kon ik echt niet tegen. "
Chris gaat dan bij zijn oudere broer Krienis wonen, omdat hij nergens anders heen kan. Krienis zorgt goed voor hem, maar ook hij heeft een groot probleem. Net als zijn broer Ruud kan hij de alcoholfles niet laten staan. " Soms dronk hij bij het ontbijt al flesjes bier," zegt Chris met een sombere blik in zijn ogen. Na vier maanden houdt hij het daarom voor gezien. Hij kan de spanningen niet meer aan. Bovendien is hij niet meer welkom.
Nu zijn alle deuren voor Chris gesloten. Hij heeft geen goede vrienden en bewandelt het pad des levens alleen.
De slaaphoek, de nachtopvang van het Leger des Heils, is daarom de enige plek waar Chris naar toe kan. Hij vindt dat echter niet zo erg. " Het bevalt me wel daar, hoewel ik natuurlijk het liefst in mijn eigen bed zou slapen. Sommige daklozen hebben het niet zo naar hun zin, maar ik vind het meestal lekker rustig. Het kan natuurlijk erg druk zijn, want je hebt altijd mensen om je heen. Dat vind ik echter een van de leukste dingen van het dakloos zijn; het contact met je medemens. "
Op de opmerking van de verslaggeefster dat je niet speciaal dakloos hoeft te zijn om met andere mensen te communiceren heeft Chris geen antwoord. Hoe dan ook, zeker is dat hij zich goed voelt in zijn nieuwe omgeving.
's-Avonds slaapt hij in de Slaaphoek en 's-Morgens gaat hij met zijn nieuwe vrienden in het Haarlemse station zitten kletsen of wandelen in de binnenstad. " Een van de leuke dingen van dakloos zijn, is dat je verschillende soorten mensen ontmoet en dat je met anderen kunt babbelen als er iets is."
Menselijk contact is voor Chris erg belangrijk. Het is dan ook niet zo gek dat hij een baan heeft gevonden waarbij praten met andere mensen een belangrijk gegeven is.
Sinds twee weken is hij verkoper van het Straatjournaal. Zijn broertje Ruud heeft dit voor hem geregeld. "Hij is ook dakloos," zegt Chris bijna achteloos. Het verkopen van Straatjournaals bevalt hem prima. Hij staat bij het station en heeft een goede band met zijn klanten. " Ze brengen van alles voor mij mee. Brood, vleeswaren etc."
Hoewel Chris het contact met andere daklozen erg waardert en hij goed overweg kan met zijn klanten, is zijn zoon Tim voor hem het allerbelangrijkst. " Iets meer dan acht jaar geleden ontmoette ik Helma, de moeder van mijn zoon. We werden verliefd,trouwden en kregen onze Tim. Helaas bleef ons huwelijk niet goed en sinds twee jaar zijn we gescheiden." Helma woont nu met de achtjarige Tim in Almere. Chris ziet zijn zoontje niet erg vaak en dat vindt hij heel erg. Zo erg zelfs dat hij probeert voogdij voer hem te krijgen.
" De rechter gaat beslissen of ik fulltime voor Tim kan zorgen. Ik realiseer me dat zijn leven dan compleet verandert. Het zal voor het jochie heel moeilijk zijn. Een nieuwe school en nieuwe stad. Ik wil echter toch voor hem zorgen omdat ik ontzettend veel van hem hou."
De liefde voor zijn zoontje is zo groot dat Chris intensief naar een huis zoekt en alle woonkranten uitpluist. Als het hem lukt om woonruimte te vinden, wil hij toch nog met het daklozenwereldje contact houden. " Ik wil dan nog steeds verkoper zijn omdat ik anders het contact met de andere daklozen zal missen."
Chris heeft goede hoop dat hij de voogdij over zijn zoon krijgt. "Het zal moeilijk zijn, maar ik zal een oplossing vinden. Dat zul je zien."
Dit artikel schreef ik tijdens mijn stage( december 2001 tot maart 2002) bij het Straatjournaal, de daklozenkrant van Kennemerland en omstreken.